feb 082014
 

De zoektocht

Mensen die op zoek gaan naar zin- en betekenisgeving in hun leven, starten hun zoektocht met het stellen van vragen. Vragen stellen bij de omstandigheden waarin men leeft, schept een opening voor een verdere bewustzijnsontwikkeling.

Vanzelfsprekendheid en vaststaande antwoorden en concepten scheppen doodsheid in het denken. Het is voor degene die het waagt om op zoek te gaan en vragen te stellen bij de algemeen aanvaarde werkelijkheid, van groot belang te weten waar de informatie gevonden kan worden die behulpzaam kan zijn op de verdere persoonlijke weg. Dat het vinden van die juiste informatie al een uitdaging op zich is, heeft alles te maken met hoe ons denken en voelen zijn geconditioneerd. In onze samenleving bieden opvoeding en scholing voor het opgroeiende kind de structuren waarbinnen de informatie aangeboden wordt over zichzelf en de wereld. Daarna zijn het de media die deze opvoedende rol overnemen.

Tegenwoordig spreken we dan over de oude en de nieuwe media. De oude media geven voorlichting op een door machtsbelangen geïnspireerde eenzijdige wijze, om daarmee het bestaande systeem in stand te houden. Hun uitgangspunt is dat degene die de informatievoorziening in handen heeft ook de macht heeft het denken van mensen te kunnen bepalen. De nieuwe media zijn ontstaan uit een bewustzijn van bovengenoemd gegeven en willen die eenzijdigheid aanvullen, door een meer genuanceerde achtergrondinformatie te geven. Beïnvloeding is bij beiden het doel. De oude media willen met hun beïnvloeding de afhankelijkheid van bevolkingen ten opzichte van machthebbers vergroten. De nieuwe media willen over het algemeen een bijdrage leveren aan de bevrijding van de mens. Vanuit een metavisie bekeken is mijns inziens dit aardse tranendal bedoeld om van te leren. Leren is een essentieel onderdeel van een verdergaande ontwikkeling.

De eerste stap

De menselijke ontwikkeling gaat altijd in verschillende fasen, waarbij het leren telkens andere vormen aanneemt. Zo rond de leeftijd van drie jaar maakt het opgroeiende kind een belangrijke eerste stap in zijn leerproces. Voor het eerst zet hij een, weliswaar onbewuste, innerlijke piketpaal op de weg naar zijn zelfstandigheid. Hij gaat voor het eerst ervaren dat hij de enige is die ik tegen zichzelf kan zeggen. Niemand anders kan hem ik noemen, maar alleen jij of hij/zij. Dit woordje ik heeft dan nog een magische klank, waar veel aan te ontdekken valt. Deel van die ontdekkingreis is het vragen stellen. Voordat het kind ik heeft leren zeggen, ervaart het zichzelf en de wereld om zich heen nog als een volkomen eenheid. De onbewuste ontdekking van het ik-gevoel roept echter vele vragen op. Vragen die het kind stelt aan de buitenwereld. Waarom dan, is daarbij vaak de hamvraag.

Tja, waarom dan? Het vragen naar het waarom der dingen is een heel wezenlijke uiting van het willen leren kennen van zichzelf via de wereld. Het is een diep gevoelde vraag naar de zin en betekenis van de gebeurtenissen in de omringende wereld van het kind. Daar het kind nog deels in een beleving van de eenheid van hemzelf en de wereld leeft, hoopt het door het stellen van vragen aan de buitenwereld over het waarom der dingen, zichzelf te leren ervaren en te erkennen. Het is een cruciale fase in de identiteitsvorming. De reactie van ouders en andere opvoeders op dit gegeven is bepalend voor hoeverre het kind, vanuit een vragende houding het verdere leven tegemoet durft te treden en daarbij op de eigen intuïtie leert te vertrouwen, of dat hij het stellen van vragen afleert en rijp wordt gemaakt voor het leren volgen van anderen op basis van autoriteit. Het is een kwestie van leren jezelf te volgen of anderen te volgen.

Onderwijs en conditionering

Daar een opgroeiend mens het meest leergierig is gedurende de eerste levensfase, is het in die fase ook het meest manipuleerbaar en stuurbaar. De conditionerende programmering door cultuur en machtsbepalende factoren is er dan ook op gericht het kind al van jongs af aan te leren in de pas te lopen van hen die deze pas hebben uitgestippeld. Deze factoren bepalen wat we moeten denken en hoe we met ons gevoel om moeten gaan, door er niet mee om te leren gaan. De volledige conditionering ten aanzien van mens- en wereldbeeld is in de loop der tijd van generatie op generatie geprogrammeerd overgedragen. Dit alles is gericht op het in stand houden van het systeem en het versterken van de machtverhoudingen daarbinnen. Resultaat hiervan is een langzaam aan versterven van alle ingeboren creatieve menselijke kwaliteiten. Ons geheel geestelijk leven wordt vermaterialiseerd door een geforceerde eenzijdige identificatie met de materiële buitenwereld. Het onderwijs is hierbij een belangrijk middel.

Vrijheid van onderwijs?

Het huidige reguliere onderwijs in het Westen, dat in hoofdzaak op een zeer bepalende manier wordt vormgegeven op basis van regulier wetenschappelijke inzichten, biedt veelal pasklare antwoorden aan zijn scholieren. Het zelfstandig zoeken naar eigen antwoorden buiten de door de onderwijsautoriteiten vastgestelde denkkaders wordt veelal ontmoedigt. De pasklare antwoorden zijn gerelateerd aan een materialistisch wereldbeeld en maatschappelijk-economische ontwikkelingsbehoeften, die als vanzelfsprekend worden ervaren. Over het algemeen zijn deze ver verwijderd van de emotionele ontwikkelingsbehoeften van het kind. Een aantal jaren geleden was er een Russische onderwijsdelegatie op bezoek in Nederland om zich hier te oriënteren binnen het reguliere onderwijs. Na afloop was hun conclusie dat het onderwijs in Nederland te zeer gericht is op intellectuele ontwikkeling en te weinig op emotionele ontwikkeling. Deze conclusie werd overtuigend bevestigd door een artikel in de Volkskrant van 15-04-2006.

Zie: http://www.volkskrant.nl/archief_gratis/article566642.ece/Een_paar_jaar_rare_hersens

Gespleten persoonlijkheden creëren

In dit artikel wordt ingegaan op een aantal psychologische onderzoeken onder pubers, waaruit blijkt dat hun intellectuele ontwikkeling en hun emotionele ontwikkeling gescheiden wegen gaan. In het huidige reguliere onderwijs wordt een eenzijdige nadruk gelegd op de intellectuele ontwikkeling en laat men de jeugd dus emotioneel in de kou staan. Dit veroorzaakt een splitsing in de zich ontwikkelende persoonlijkheid, waar de één beter mee om kan gaan dan de ander. Het beeld van het huidige reguliere onderwijs wijst er op dat kinderen klaargestoomd moeten worden voor een slaafs economisch productief leven, daar de economie daar behoefte aan heeft. De kinde­ren zijn er om de economie te voeden, in plaats van dat de economie er is om de kinderen te voe­den. Dit is één van de vele omdraaiingen in onze wonderlijk waanzinnige wereld.

Door die invloed van het onderwijs wordt voorkomen dat het kind, door zich te leren verbinden met het eigen innerlijk leven, uitgroeit tot een zelfstandig denkend, voelend en willend wezen. Vervreemding van de eigen innerlijke rijkdom en bron van scheppingskracht is het resultaat. Het leren stellen van vragen ten aanzien van de zin en betekenis van het leven wordt niet gestimuleerd. Men wordt geleerd aan te nemen wat anderen voor waar houden, maar wat waar-schijnlijk slechts een schijn van de waarheid is. Hierdoor wordt het kind geleerd, omwille van de legitieme kindbehoefte aan goedkeuring en bevestiging, mee te gaan in de gangbare stroom. Ouders en opvoeders zijn zich vaak zelf niet eens bewust van hun eigen conditionering en dragen daarmee een algemeen aanvaarde, maar beperkte, visie op de werkelijkheid over op een opgroeiende generatie.

If you win the rat race, you’re still a rat

In Nederland is de vrijheid van onderwijs in de grondwet vastgelegd. Een objectieve waarneming van het huidige onderwijs laat echter zien, dat dit grondrecht alleen nog een papieren recht is. De overheid bepaalt in toenemende mate de inhoud en vorm van het onderwijs. Zij stelt tevens vast hoe de inhoud getoetst moet worden op hetgeen er in het geheugen van de scholieren en studenten is blijven hangen. Het grootste deel van die opgeslagen informatieve kennis is na verloop van tijd weer vergeten. Het toetsen van kennis, waar men op steeds jongere leeftijd al mee begint, is mijns inziens een controle-instrument van de overheid om te kunnen bepalen in hoeverre kinderen voldoende geconditioneerd zijn. Daarnaast laat het de kinderen wennen aan de prestatiedwang waar onze samenleving aan ten gronde gaat. Het bereidt hen voor op de ratrace. Want dat is toch in onze voornamelijk economisch gerichte samenleving voor velen het belangrijkste.

Ook de alternatieve onderwijsmethoden moeten aan overheidscriteria voldoen, willen zij kunnen delen in de geldstromen die de overheid voor het onderwijs beschikbaar stelt. De geldelijke ondersteuning schept een afhankelijkheidsrelatie ten aanzien van de overheid, waarmee deze op een dwingende wijze haar onderwijscriteria kan opleggen aan de scholen.

Zijn de alternatieven nog wel een alternatief?

Zelf heb ik van zeer nabij meegemaakt hoe de alternatieve onderwijsmethode van Rudolf Steiner op de Vrije Scholen in Nederland, in de afgelopen jaren steeds meer in een reguliere richting werd  gedwongen. Zij moesten meegaan in door de overheid bepaalde vernieuwingen. Het eigen karakter van die antroposofische onderwijsmethode raakte daardoor meer en meer op de achtergrond. Dit is dus precies wat de overheid wil. Zij wil volledige invloed hebben op hoe een opgroeiende generatie gevormd wordt. Voor het overzicht en de hanteerbaarheid moet dat onderwijs dan zo uniform mogelijk zijn. Zij wil daarmee een onderwijs tot stand brengen dat leidt tot één uniforme kennis. Hetgeen ook als een kennisuniform door de maatschappelijke deelnemers gedragen moet worden. In dit verband wordt er in de politiek steeds meer belang gehecht aan het laten ontstaan van een kenniseconomie in Nederland. De volgende vragen vind ik daarbij van groot belang. Wie bepaalt de inhoud van die kennis? Is die kennis gericht op het helpen ontwikkelen van de vrije individualiteit van de scholieren? Of is die kenniseconomie alleen in het belang van diegenen die het ‘vrije marktbeginsel’ bepalen en daar het meeste baat bij hebben? Maar bovenal, draagt die kenniseconomie ook nog enige wijsheid in zich? Ik neem aan dat de antwoorden wel duidelijk zijn.

Gezien de ontwikkelingen in het hoger onderwijs, mag men veronderstellen dat die uniformiteit verder gaat dan het Nederlandse onderwijs. Het adopteren van Amerikaanse onderwijsvormen met de bijbehorende titulatuur doet vermoeden dat die uniformiteit een wereldwijd karakter heeft aangenomen. Het is inmiddels ook duidelijk dat de op controle gerichte globalisering zich niet alleen beperkt tot de economie, maar zich heeft uitgebreid over alle levensgebieden. Om maar eens een voorbeeld te noemen. In de psychiatrie wordt al sinds jaar en dag de DSM-bijbel gehanteerd. Dit is een diagnostisch boek voor psychiaters, dat tot stand is gekomen onder toezicht van de Amerikaanse vereniging van psychiaters. Het mag duidelijk zijn dat men een totale afhankelijkheid en dus een totalitair systeem wil laten ontstaan.

Moddergooien

De alternatieve onderwijsmethoden worden volgens reguliere criteria beoordeeld. Voor zover zij daar niet aan voldoen en toch hun eigen karakter willen behouden, wordt hun de toegang tot de geldstromen ontzegd. En waar nodig worden zij door de media in diskrediet gebracht en  geridiculiseerd om zodoende de publieke opinie te beïnvloeden. Dit is meerdere malen gebeurd met de Vrije Scholen, onder andere in de jaren negentig toen een klacht van een ouder van een Vrije School in Zutphen door de media enorm werd opgeblazen en de school van racisme werd beticht. Daarmee werd het gehele Vrije Schoolonderwijs in een negatief daglicht geplaatst. Het werd voorpaginanieuws. De voor de Vrije School positief uitgevallen onderzoeksresultaten van de onderwijsinspectie, die geen tekenen van racisme aan het licht brachten, juist het tegendeel, werden echter in een klein artikeltje weergegeven ergens op een binnenpagina.

Dezelfde stemmingmakerij via de media vond plaats rond de Iederwijsscholen. Deze scholen hebben als uitgangspunt dat het kind zelf het beste weet wat het nodig heeft om te leren. Het wil daarom het kind de vrijheid en de ruimte geven om die te leren lessen zelf mede vorm te geven. Dit is mijns inziens een heel interessant uitgangspunt. Kinderen hebben een veel grotere wijsheid dan de volwassenen willen geloven en accepteren. Het scheppen van een werkelijk vrije wereld zou toch moeten beginnen met het opgroeiende kind de ruimte te geven om die vrijheid te ontdekken en ermee om te leren gaan? De onvrijheid binnen onze samenleving wordt dan ook in belangrijke mate mede door het onderwijs vormgegeven en in stand gehouden.

Want mag een kind in onze samenleving nog wel werkelijk kind zijn? Mag het nog wel spelen en de wereld spelenderwijs leren kennen? Waarom moet een opgroeiend kind, dat vol vitaliteit en levenslust is, zo een ongelooflijk groot deel van zijn jonge leven gedwongen stil zitten in schoolbanken, om gedwongen te worden zijn hoofd bovenmatig te belasten met informatie? Waarom moet een kind het kind zijn opgeven om vaardigheden te ontwikkelen, die ontstaan vanuit een groeibehoefte van de met name economisch gerichte volwassenenwereld? Welk belang vertegenwoordigt de overheid in dezen? Die van het kind? Het mag duidelijk zijn dat de taak van de overheid uit een voornamelijk beleidsbepalende en controlerende functie bestaat. Maar wat houdt het grondwettelijk vastgelegde recht op vrijheid van onderwijs in, als de overheid zich steeds meer bemoeit met de inhoud van dat onderwijs? En kan men wel spreken van een recht als leren een plicht is, die al begint bij het vijfde jaar, binnen door de overheid vormgegeven onderwijsinstellingen? Het geeft mij het gevoel dat die overheid meent het leven van haar burgers werkelijk te kunnen bezitten en naar haar beeld te kunnen  vormen. Wat natuurlijk ook daadwerkelijk zo is.

De waarde van het kind

Bovenstaande laat al zien dat de waarde van het kind hier vooral een potentiële economische waarde is. Er wordt in ons land vaak ach en wee geroepen, als de reguliere media weer eens de barbaarsheid van ‘ontwikkelingslanden’ tonen waar kindsoldaten worden ingezet. Maar hoezeer worden kinderen in Nederland psychisch/emotioneel verminkt door een onderwijs dat zich totaal niet afstemt op hun ontwikkelingsbehoeften?

Welke waarde blijkt de overheid aan het kind te geven, wanneer het geen flikker doet aan het schrikbarend toegenomen aantal verdwenen kinderen? Volgens een artikel in Trouw van 23 mei 2009 is het aantal vermiste kinderen in een jaar tijd bijna verdubbeld. In januari 2008 waren het er 353 en nu zijn het er 604.

Zie: http://www.trouw.nl/nieuws/nederland/article2767371/.ece/Aantal_vermiste_kinderen_stijgt_sterk.html

Een deel er van bestaat uit van huis weggelopen kinderen. Een ander deel is ontvoerd door één van de ouders. En de rest? Zeer waarschijnlijk zijn die terechtgekomen in het pedofielennetwerk van de Secretaris Generaal van het Ministerie van Justitie Joris Demmink en zijn zieke maatjes. Welke zichzelf respecterende samenleving staat dit soort barbaarse zaken toe? Demmink en de zijnen hebben ook vooral kinderen uit Oost Europa naar Nederland gehaald om ze te kunnen misbruiken.  Uit een rapport van de Unicef, dat in september 2005 verscheen, blijkt dat in Nederland honderden kinderen het slachtoffer zijn van uitbuiting. Volgens het rapport zijn er in de periode tussen 2003 en 2005 aantoonbaar 230 kinderen uitgebuit. Hierbij gaat het niet alleen om de seksindustrie, maar ook misbruik in de huishouding, horeca en voor criminele activiteiten werden ze misbruikt. Van de 230 bekende zaken werd ruim 73 procent uitgebuit in de seksindustrie, 9 procent zowel in de seksindustrie als in andere sectoren en ruim 17 procent alleen in andere sectoren.

Zie: http://www.unicef.nl/unicef/show/id=48473

Waar blijven de Kamervragen over deze schrijnende praktijken? Ze worden in de kiem gesmoord door Joris, Hirsch Ballin en zijn voorganger Donner.

Dom, dommer, domst

Xander heeft op zijn site www.xandernieuws.punt.nl een vertaalde weergave van een artikel van Alex Jones gepubliceerd, waarin een Bilderberg-insider uit de school klapt over het Ritalinbeleid in de VS. Deze man, Kevin Trudeau, laat in een interview met Alex Jones weten dat de Amerikaanse overheid scholen $ 500 subsidie bood voor ieder kind dat zij aan de Ritalin wisten te krijgen. Trudeau zegt hierover dat de kinderen zo hersendood worden gemaakt. Het doel is dus de opgroeiende jeugd dom en apathisch te maken, zodat ze gemakkelijker als schapen te leiden zijn. Trudeau geeft verder heel duidelijk aan dat de elite die dit soort zaken beslist een zelfbeeld heeft van intellectuele en genetische  superioriteit. Een superioriteit die hen ver boven het domme klootjesvolk verheft. Hen daarmee de legitimatie geeft om dat domme klootjesvolk naar de afgrond te leiden, om ze daarna een zetje te geven over de rand.  Zie: http://xandernieuws.punt.nl/?id=519407&r=1&tbl_archief=&. Voor het oorspronkelijke artikel zie: http://www.infowars.com/billionaire-elite-want-two-thirds-of-the-dumb-people-of-the-planet/.

Het begrip domheid kan men echter vanuit verschillende standpunten beoordelen en invullen. Vanuit een intellectueel standpunt bezien zal het aantal zeer hoogbegaafden misschien elitair klein zijn. Maar moeten wij het als bijzonder knap beschouwen, dat zij zulk een groots opgezet leugenachtig systeem als onze – op een economische dictatuur gefundeerde – maatschappij  hebben weten vorm te geven? Zijn zij intellectueel superieur omdat zij tweederde van de mensheid van deze planeet willen verwijderen, die zij als de hunne beschouwen? Zijn zij intellectueel superieur omdat zij menen de macht te hebben om een onvoorstelbaar leed toe te brengen aan de mensheid en al wat leeft op deze planeet? Is dit wat superioriteit inhoudt? Zijn zij echter niet laagbegaafder dan de laagste diersoort? Want welke diersoort gaat zo met zijn soortgenoten om? Geen enkel. Wanneer wij domheid niet gaan beoordelen en invullen volgens intellectuele criteria maar volgens sociale en moreel-ethische criteria, dan gaat het beeld er heel anders uitzien.

The way out of the box?

Ja, we leven inderdaad in een wonderlijk waanzinnige wereld. Een wereld waarin we mogen leren om op het scherpst van de snede te balanceren bij het vinden van de juiste antwoorden op de juiste vragen. We kunnen dan ook alleen maar die juiste antwoorden krijgen als we de juiste vragen stellen.  Antwoorden die ons uit deze mede door onszelf geschapen gevangenis van onwetendheid en passiviteit kunnen bevrijden. Ook ik zit nog steeds in deze gevangenis en zoek de uitgang. Ik heb een vermoeden waar die te vinden is, maar raak nog te vaak de weg kwijt. Angst en twijfel heb ik voor een groot deel wel achter me kunnen laten, maar nog niet genoeg. Nog niet genoeg, om werkelijk te zien hoe ik een bijdrage kan leveren aan het helpen bevrijden van anderen. Dat het daar om gaat is me wel duidelijk. Het alleen gericht zijn op mijn eigen bevrijding schept weer een nieuwe gevangenis.

Echter lief en aardig zijn voor iedereen is een mooi uitgangspunt, maar ben ik dan ook lief en aardig voor mijzelf? Houdt een sociaal moreel bewustzijn in, dat we onszelf volledig moeten vergeten en de ander op de eerste plaats moeten stellen? Houdt een meer omvattend spiritueel bewustzijn in, dat we geen vijandsbeelden meer mogen hebben en ook hen, die bewust Kwaad in de wereld brengen omwille van groepsegocentrische eigenbelangen, ook lief moeten hebben? Moeten we dat kunnen om dat dit de spiritueel bepaalde norm is, of kunnen we dat omdat we op een ontwikkelingsniveau zijn beland waar dit vanzelfsprekend is? Moeten we al die ellende dan allemaal laten gebeuren, omdat het voorspelt is en wij het grote geheel niet kunnen beïnvloeden? Of moeten we  emotioneel geladen in actie komen en ten strijde trekken tegen al het onrecht in deze wonderlijk waanzinnige wereld?

Ik heb mijzelf in mijn leven al vele vragen gesteld, hetgeen mij innerlijk in beweging hield. Vaak  echter teveel, waardoor mijn vurigheid niet tot rust kwam. Op andere momenten sloegen de vele vragen me lam en kwam er niets uit me. Dan zat ik opgesloten in mijn eigen kleine wereldje en wist niet om te gaan met die grote boze buitenwereld. Steeds weer heb ik de vertwijfeling, die met het zoeken en maar niet kunnen vinden samengaan, willen overwinnen. Ik heb de vrede en de zekerheid in mijzelf willen ervaren, daar die wonderlijk waanzinnige wereld mij die niet te bieden had. Ik heb het gevoel dat ik daardoor steeds dieper bij de essentie geraakte. De antwoorden die kwamen, werden me vaak van binnenuit geschonken. De Duitse dichter Rainer Maria Rilke heeft eens gezegd, dat wanneer je maar lang genoeg met een vraag durft te leven, je uiteindelijk zult merken dat je het antwoord al leeft. Dit is een heel mooi uitgangspunt. Het gaat er vanuit dat je vertrouwen en overgave mag oefenen. Dit zijn de noodzakelijke attributen die we nodig hebben om het evenwicht te vinden tussen mijn wil en Uw wil geschiede. Hier een paar mooie uitspraken van Rilke.

“Dat is verlangen: wonen in de golven en geen verblijfplaats hebben in de tijd.”

“Je moet soms lang op de drempel van de vragen staan eer je je voet durft zetten op de trede van de antwoorden.”

Wonderlijk waanzinnige tijd

De laatste jaren begint bij een groter wordend aantal mensen het gevoel te dagen dat we in een heel bijzondere tijd leven. Het eindtijdgevoel neemt sterk toe. Dat is er natuurlijk ook al eerder geweest. Rond de wisseling van het eerste naar het tweede millennium schijnt er ook zo’n beleving geweest te zijn. Evenals rond de overgang van de 19e naar de 20ste eeuw, toen de wetenschap voor grote doorbraken stond. Het verschil met nu is dat alle ontwikkelingen in de wereld naar een absolute  climax lijken te gaan, die alsmaar sneller dichterbij lijkt te komen. Zij die wakker zijn of aan het worden zijn, worden met een enorm gevoel van druk geconfronteerd. De druk om te veranderen en bij te willen dragen aan een verandering van de samenleving als geheel. Gitzwarte doemscenario’s strijden met ‘verlichte’ heilscenario’s. De vraag is daarbij veelal, of we met elkaar naar de kloten zullen gaan of gered zullen worden door good fellows uit de ruimte. De eerste optie houdt een totale machteloosheid in, die volledig lam slaat en passief maakt. De tweede optie houdt ook een totale machteloosheid in. Waarbij eveneens de eigen verantwoordelijkheid uit handen wordt gegeven aan veronderstelde goede ruimte/tijdreizigers, die ons mee zullen nemen naar hun vierde, vijfde of zesde  dimensie.

De kleren van de keizer/koning/admiraal

Mijn brandende vraag hierbij is echter; moeten we dan persé ergens naartoe, naar de of die hogere dimensie? Zou het zo kunnen zijn dat het allemaal al hier en nu is? Diep binnen in onszelf. Houdt deze wonderlijk waanzinnige tijd misschien juist in, dat we mogen gaan accepteren dat we zelf die wonderlijk waanzinnige wereld mede scheppen? Dat de weg die onze egowil meent te moeten gaan deel is van de zelfgeschapen gevangenis? Ik weet dat ik in het eerste deel van dit essay ook blijk gaf van ergens naar toe te willen, namelijk een wereld zonder kinderverkrachters, zonder oorlog en machtsmisbruik. Ik vraag me nu echter na al dit geschrijf af, of ook dit niet allemaal de kleren zijn die ik zelf op het naakte lijf van de keizer projecteer. Het is maar zo een hardop denken, een vrij gedachtespel.

Waar gaat het in essentie nu eigenlijk om? Waarom zijn wij hier? Wat komen wij hier doen? En vooral wie zijn wij, wie ben ik? Wat is de essentie van dat magische woord ik, dat een kind rond drie jaar  voor het eerst kan en wil zeggen? Het enige dat ik daarop kan zeggen is, dat ik het ook allemaal nog niet weet. Ik weet wel iets, waarmee ik graag een bijdrage wil leveren aan de ontwikkeling van hen die daar behoefte aan hebben. Maar mijn weten is nog zeer beperkt. Ik vind het dan ook belangrijk om te vernemen wat anderen te delen hebben, daar ik weet dat juist dit delen zo enorm steunend kan zijn wanneer je het allemaal nog niet weet. Maar misschien weten we samen nog wel een heleboel. Het belangrijkste is echter dat ik mijzelf leer kennen. De Grieken schreven immers niet voor niets op één van hun tempels: ‘Mens ken U Zelve.’ Hieruit blijkt dus dat zelfkennis van wezenlijk belang is. Nou beste lezer, hoe goed ken jij jezelf????

Wie ben ik?

Wie ik werkelijk ben is voor mij een mysterie, waarvan ik dagelijks de diepgang kan doorgronden en ervaren. Het leven is voor mij een ontdekkingsreis en tevens een leerschool. Het beeld dat ik van mijzelf schep is gebaseerd op het verleden en dus niet reëel. Ik ben niet dit of dat, ik ben niet zus of zo. Dit geldt ook voor de beelden die ik schep van de mij omringende wereld. Alles is continu in beweging en laat zich niet vastleggen in gefixeerde beelden. Evenals al dat geschapen is, maak ik deel uit van een allesomvattende werkelijkheid die schept, voedt en vernietigt in een voortdurende cyclus van verwondering en respect oproepende creatie. Wat voor mij wezenlijk is, is het onvoorwaardelijk lief leren hebben van mijzelf. Opdat ik anderen onvoorwaardelijk kan liefhebben als mijzelf. Uiteindelijk gaat het alleen om Wijsheid (zelfinzicht) en Liefde (toegepaste Wijsheid).

De kosmos is mijn thuis

De bij veel kinderen voorkomende behoefte om hun adres uit te breiden van hun straat en plaats, tot de provincie, land, werelddeel, aarde en ten slotte het heelal, laat zien dat het in de mens in potentie al aanwezig is om een identificatie met een steeds groter geheel tot stand te brengen. Het is de uitdrukking van de meest diepe wens tot het ervaren van eenheid en heelheid. In mijn beleving mogen we door onze eigen levenservaringen serieus te nemen, leren om onze identiteit van dat kleine ikje dat op een bepaald adres woont, een bepaalde partner (of niet) en kinderen heeft (of niet) en bepaalde activiteiten doet (of niet), uit te breiden naar een steeds groter wordend geheel. Ieder op een eigen tijd, op een eigen manier. Want ergens komen alle wegen tezamen. Misschien niet in de komende jaren, maar ooit wel.

Beweeg mee op de stroom

Beweeg mee op de stroom van het leven
Leer te zijn wie je bent
Eindeloos te geven
Wetend dat jij jezelf kent

Liefde wil je omarmen
Zich door jou laten ervaren
Wil jou verwarmen
Alsof wij al-één waren

Een nieuwe wereld is er al
Leef alsof zij nu bestaat
Herstellen van je val
Die door de afgrond gaat

Herrijzen uit de as
Van voorbij en voorgoed
Lopend in vernieuwende pas
De toekomst tegemoet

Arend Zeevat

In dit relaas heb ik ook iets van mijn persoonlijke worsteling weer willen geven, die met name bestaat uit het vinden van een evenwicht tussen de revolutionair en de evolutionair in mij. Mijn menselijke gevoel voor onrecht geeft mij soms gedachten in die met recht onder de antiterroristische wetgeving zouden vallen. Maar ja, wie zijn nu de werkelijke terroristen? Eigenlijk wil ik alleen maar zeggen dat ik hoopvol op zoek ben naar het evenwicht tussen actie en overgave. Ik wil geen ongeleid projectiel zijn, evenmin een slaafse cyborg. Ik wil vooral mezelf zijn. Ik hoop dat jullie dat ook willen.

In Licht en Liefde

26 mei 2009

Arend Zeevat

In het kader van opvoeding wil ik het boek ‘Opvoeden in een gestoorde wereld’ van harte aanbevelen. Dit is te bestellen via:

http://freeskoolnederland.wordpress.com/boeken/boek/